Mergelgrotten

Mergelgrotten

De ondergrond van de Sint-Pietersberg bestaat voornamelijk uit kalksteen, in de volksmond ook wel mergel genoemd. Het gesteente werd reeds door de Romeinen ontgonnen via dagbouw. Men gebruikte het losse mergelpoeder om de velden te bemesten. De naam “mergel” is dan ook een verbastering van het latijnse “Marga” zoals de Romeinen het gesteente beschreven.

Technisch gezien is de benaming mergelgrotten incorrect. Het gesteente dat hier werd ontgonnen is namelijk geen mergel, maar kalksteen. Daarnaast zijn het ook geen grotten die op natuurlijke wijze zijn ontstaan, maar groeves door mensenhanden gemaakt. Een correctere benaming is dus “Kalksteengroeves”.

Vanaf de 14e eeuw ongeveer ontstaat er een stijgende vraag naar mergelblokken om te gebruiken als bouwsteen en zo ontstaan dan ook de eerste ondergrondse kalksteengroeves oftewel de mergelgrotten op de Sint-Pietersberg. Het oudste opschrift dat we ondergronds in de Sint-Pietersberg vinden is dat van Lambier le Pondeur, gedateerd op 19 augustus 1468. Daarnaast zijn er nog oudere plafondtekeningen, zonder jaartal, die dankzij de C-14 datering terug te herleiden zijn naar begin 14e eeuw.

Tot in de 20e eeuw werd er op de Sint-Pietersberg actief mergel ontgonnen
ondergronds. Afhankelijk van de vraag waren er periodes waarop er nauwelijks of slechts kleinschalig ontgonnen werd, maar ook periodes waarop er in korte tijd relatief grootschalige ontginningen plaatsvonden.

Door de eeuwen heen raakten de verschillende onginningen met elkaar verbonden en ontstond een gigantisch gangenstelsel dat zich uitstrekt vanaf Fort Sint Pieter tot over de Belgische grens bij Caestert. De totale lengte van alle ondergrondse gangen wordt geschat op maar liefst 250km!

Gezien de uitgestrekte omvang en complexiteit van het gangenstelsel is het dan ook geen verassing dat verscheidene mensen hier verdwaald raakten en uiteindelijk de dood vonden in dit duistere labyrinth. Zo is er het het schrijnend verhaal van de paters van Slavante die verdwaalden, zonder licht kwamen te zitten en uiteindelijk de dood vonden in de berg. Pas toen alle hulp te laat kwam werden hun lichamen gevonden.

Vanaf de 19e eeuw ongeveer ontstaat er steeds meer belangstelling voor de berg van buitenaf. Rijke toeristen, wetenschappers en avonturiers worden aangetrokken door het unieke ondergrondse landschap en wie kan ze nou ongelijk geven? Voor de locale bevolking is het een handige manier om wat extra bij te verdienen als gids en dus worden er rondleidingen aangeboden. Al snel begonnen de verschillende toeristische groeves met elkaar te concurreren door het aanleggen van diverse “Musea”. Hier werden dan door kunstenaars vaak prachtige tekeningen en sculpturen aangebracht met doel om nog meer bezoekers naar de mergelgrotten te trekken.

In de 20e eeuw, toen de ondergrondse mergelontginning ten einde was gekomen kregen de mergelgrotten een nieuwe bestemming als ondergrondse champignonkwekerij. Een trend die vanuit Frankrijk is komen overwaaien. De eerste champignonkwekerijen op de Sint-Pietersberg ontstonden omstreeks 1935 en tot 1972 werd er op grote schaal gekweekt. Naast grotchampignons werd er ook op kleinere schaal witlof en kardoen gekweekt in de mergelgrotten van de Sint-Pietersberg. Thans tot op heden bevindt er zich een kleine champignonkwekerij in de Sint-Pietersberg.

Tijdens de tweede wereldoorlog werd er in het gangenstelsel Zonneberg een schuilkelder ingericht. In het geheim werd er bij de Van Schaïktunnel ook een kluis gebouwd, waar in het grootste geheim waardevolle Nederlandse kunstschatten werden verborgen. Het bekendste werk is wellicht de nachtwacht van Rembrandt, die veilig opgeborgen werd in “De Kluis” tijdens de tweede wereldoorlog. Daarnaast werd het uitgestrekte gangenstelsel van de Sint-Pietersberg ook gebruikt door het verzet om zowel mensen als waardevolle over de grens heen te smokkelen.

Spring naar toolbar