|
|
![]() |
Gangenstelsel in de Heidegroeve, een kalksteengroeve bij Valkenburg. Het gebied op deze foto is in 1988 ingestort. De twee mijnniveaus zijn gescheiden door een relatief hardere kalksteenlaag. De totale pilaarhoogte is 4,6 meter. |
| Inleiding
Parijs is een stad op een ondergrondse gatenkaas. Over de Franse hoofdstad zijn spannende verhalen in omloop vanwege het zeer uitgebreide en meer dan manshoge rioolstelsel en de duistere zaken die zich daar decennia lang zouden hebben afgespeeld. Een laag dieper, op zo'n twintig meter onder het maaiveld, ligt de beroemde Metro, die ook at bijna honderdjaar geleden werd aangelegd. Samen met alle vertakkingen goed voor 201 Kilometer tunnel. Minder uitgebreid in de literatuur beschreven is een ander gatenstelsel in die zelfde Parijse kaas: de kalksteengroeven. Af en toe begeven de pilaren in zo'n groeve het. In enkele seconden kan dan de ondergrond met een oppervlak van enkele hectaren naar beneden zakken. Dergelijke situaties hebben in Frankrijk in het nabije verleden geleid tot instorting van gebouwen, met als gevolg tientallen doden en gewonden. In Nederland komt dit soort groeven ook voor, met dezelfde stabiliteits problemen. Het instorten van een deel van de Limburgse Heidegroeve in 1987 was de directe aanleiding tot het Delftse promotie-onderzoek van Roland Bekendam. Hij bracht aantal belangrijke relaties tussen kruip- en bezwijkgedrag in kaart en ontwikkelde een criterium voor het bepalen van een totale veiligheidsfactor. |
![]() |
Plattegronden van de instortingsgebieden uit 1705, 1920 en 1926. Het intacte deel van de Fallenberg is beter bekend als Jezuietenberg. |
Te beginnen met een bezoek aan de Jezuïetenberg Op een paar kilometer landelijk gebied van Maastricht, bijna onopvallend en overgroeid, bevindt zich in de oostkant van de Kannerberg de smalle ingang naar de Fallenberggroeve. Het is zeven uur op een mooie zomerse vrijdagavond. Op een verlaten, door bomen omgeven parkeerplaats, nog geen honderd meter verder, zit een drugsdealer in z'n auto te wachten op klanten. Het hek dat toegang verschaft tot de Fallenberggroeve wordt ontgrendeld en een geavanceerde alarminstallatie wordt uitgezet. De klamme warmte buiten maakt plaats voor een aangename koelte. De wanden van de drie meter
brede gangen zijn regelmatig voorzien van namen en jaartallen, die varieren
van eeuwen geleden tot heden. Op het zes meter hoge plafond zijn vele zwarte
rondjes te zien van het roet van de olielampjes en kaarsen die de blokbrekers
gebruikten. De exploitatie van deze groeve voor bouwstenen dateert vermoedelijk
van de zestiende eeuw, of eerder, en is halverwege de negentiende eeuw
gestopt.
|
| Alhambra
Na een paar minuten lopen doemt een groot rooster in de wand op. Het geluid van elektromotoren bevestigt dat dit het inlaatrooster is van de ventilatie voor het vroegere NAVO-Commandocentrum de Boschberg, in het belendende gangenstelsel, dat nu vol blijkt te zitten met asbest. Nog geen dertig meter verder is de ietwat verroeste stalen deur zichtbaar die toegang geeft tot een nationaal monument: de Jezuïetenberg. Op de wanden hebben theologanten van de Jezuïeten-orde in de periode van 1880 tot 1960 met houtskool honderden tekeningen van uiteenlopende genres aangebracht. Zulke fraaie kunstwerken (want er zijn ook reliëfwerken en er is een soort mini-Alhambra gecreëerd) zo diep in een berg, dat is bijna adembenemend en sinister tegelijkertijd. Ook de stilte en het geluidsabsorberende effect van de verpulverde kalksteen op de vloer van de gangen draagt bij aan de sfeer. Promovendus drs. Roland Bekendam is echter wel gewend aan de stilte. Na twee jaar studie scheikundige technologie in Groningen en een afgeronde studie geologie in Utrecht, heeft hij onder meer zes maanden op Antarctica onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van breukzones in de aardkorst.
|
![]() |
Gekantelde pilaarschol in het instortingsgebied van de Fallenberg |
Tijdens de wandeling door dit artistieke doolhof van gangen wijst Bekendam op verschillende geologische problemen, zoals scheuren in de pilaren, afkalving en verzakkingen. De plafondhoogte in de jezuïetenberg is maar drie meter. Dan plotseling staan we oog in oog met een ingestorte gang. Het is een indrukwekkend gezicht. Het is geen recente mechanische ontwikkeling, gelukkig. Een eind verder is enkelejaren geleden wen deel van het dak ingestort. Bij het beklimmen van de brokstukken maant de wetenschapper vooral niet per ongelijk met het hoofd tegen het dak te stoten, want het is een instabiele situatie. Er is niet veel veel nodig om een stuk van een paar honderd kilo naar beneden te laten komen. Grote stukken aan de zijkant van het plafond zitten vol scheuren. De aanblik ervan in combinatie met de recent opgedane kennis geeft een enigszins beklemmend gevoel in de borstkas dat pas verdwijnt wanneer de veilige gangen weer zijn betreden. |
| Groeven
Waren grotten vroeger in zowel Nederlands als Belgisch Limburg aan economische belang voor de winning van mergel, nu zijn ze voornamelijk van economisch belang voor het toerisme. Er is er maar een waar op dit moment nog mergel wordt gewonnen voor bouwsteen. In totaal zijn er 180 gangenstelsels bekend, waarvan het merendeel prive-eigendom is. Ze variëren van enkele vierkante meters oppervlakte tot 85 hectaren. De kleine grotjes fungeren vaak als een soort schuur bij het huis. Vanaf begin negentiende eeuw tot de jaren zestig van deze eeuw werden de grotten gebruikt voor het kweken van champignons; er is nog maar een kwekerij over die zich bevindt in de Sint Pietersberg. Behalve voor het toerisme hebben sommige grotten inmiddels een bestemming als party-ruimten; enkele zijn ingericht als atoomschuilkelder. Met een oppervlak van 250 hectaren was het gangenstelsel in de Sint Pietersberg het grootst, maar deze berg is inmiddels voor tachtig procent verdwenen door de afgraving t.b.v. de cementproductie door de ENCI. |
| 'De
benaming mergelgrotten klopt eigenlijk niet',
legt Bekendam uit in
zijn kantoor bij het Staatstoezicht op de Mijnen in Heerlen. De afgelopen
vijf jaar is hij als onderzoeker gedetacheerd geweest bij deze dienst van
het ministerie van Economische Zaken.'Mergel is officieel een mengsel van
klei en kalk terwijl wat in Nederland mergel wordt genoemd, in feite zuiver
kalksteen is. In het Frans wordt het tuffeau genoemd, hier zeggen mensen
ook wel tufkrijt of tufsteen, hoewel tufsteen officieel verharde vulkanisch
as is en dat is de kalksteen in Limburg niet. Dat is ontstaan uit de neerslag
uit een voormalige binnenzee. Het gesteente bestaat uit minuscule fossielfragmenten.
Door een slecht ontwikkelde cementatie is de verbinding tussen de korreltjes
nogal zwak.
|
| Nieuwbouw ik de huidige
metropool Parijs rust deels op honderden kalksteenmijnen. Een oorzakelijk
verband voor dat feit is duidelijk.. de blokken kalksteen voor de bouw
van huizen in het toen nog kleine stadje Parijs werden uit de ondergrond
net buiten het plaatsje gehaald. Met zagen werd de kalksteen tot handelbare
blokken verwerkt. In die tijd beperkte het aantal pk's zich tot het maximum
aantal paarden voor de wagen en dus probeerden men de tufsteen zo dicht
mogelijk bij de bouw re winnen. De stad begon uit te dijen en het kon niet
anders of de nieuwbouwwijken moesten bovenop de kalksteengroeven worden
gebouwd. Voor de nieuwbouw ontstond een nieuwe cirkel van kalksteengroeven
om de stad, een proces dat zich lang bleef herhalen.
De huidige prijs van een kubieke meter verzaagd kalksteen is ongeveer 1500 gulden. Vanwege de hoge prijs worden er vrijwel geen huizen meer van gebouwd. Er wordt allen nog maar mergel gewonnen voor de restauratie van monumenten. |
Roofbouw op een pilaar in de Roosburggroeve |
| In 1960 stortte in Frankrijk
een kalksteenmijn in, waarbij twintig gebouwen werden verwoest. Er vielen
21 doden en er waren 36 gewonden. Tien procent van de grote Franse steden
ligt bovenop zulke mijnen. Er zijn regelmatig kleine ongelukjes.
Ook in Nederland zijn er vele kleine ongelukjes geweest. Bekendam vermoedt dat de meeste ongelukken gebeurden bij het blokbreken. In 1987 is er nog een dode en een zwaargewonde gevallen in de Pieterberg toen twee blokbrekers bezig waren aan een verbindingstunnel tussen twee gangenstelsels en een stuk van het dak naar beneden kwam. |
Onderzoeker Roland Bekendam
aan het eind van de 25 meter lange tunnel die in 1958 is uitgegraven in
een wanhopige poging om een groep champignonkwekers te redden. Bij de instorting
van de Roosburggroeve kwamen 18 mensen om het leven.
|
De
instabiliteit van groeven ten gevolge van mergelwinning
'Het grootste ongeluk in de regio Limburg, was net over de grens in België, vlak bij Zichen. Op kerstavond 1958 stortte toen een deel van het gangenstelsel van de Roosburggroeve in. Dat deel was in gebruik als champignonkwekerij. Er kwamen achttien mensen bij om het leven. Van de meesten konden de lichamen nooit worden geborgen', aldus Bekendam. De laatste grootschalige instorting deed zich voor in de Heidegroeve bij Valkenburg in 1987. Staatstoezicht op de Mijnen had een jaar voor de instorting een plotselinge verslechtering in de grot geconstateerd. De groeve was in gebruik bij een champignonkweker. Staatstoezicht op de Mijnen had al gemerkt dat er aanzienlijk meer scheuren in het de pilaren waren gekomen en de kweker opdracht gegeven de grot te verlaten. Bekendam:'Een seismograaf in de Geulhemmergroeve, drie kilometer verderop, registreerde dat de instorting van het hele gebied nog geen tien seconden duurde. In de bovengrond ontstond een verzakkingskom, die aan de rand werd begrensd door breuken met een verticaal verzet tot zo'n tachtig centimeter.' |
| Drukgolf
Al jaren studeerden Delftse
studenten af op onderzoek aan de kalksteengroeven in Limburg, maar de instorting
van de Heidegroeve was de directe aanleiding voor het promotie-onderzoek
van Bekendam. Zijn promotor, prof David Price, kreeg met de kalksteengroeven
te maken toen hij door een verzekeringsmaatschappij werd gevraagd als expert
op te treden bij een vermeende fout bij de constructie van een atoomschuilkelder.
|
| Kruip
In 1989 begon Bekendam aan
zijn onderzoek. Eerst werkte hij in Delft, maar in 1993 in Heerlen waar
hij zich ook met andere bodemdalingsprojecten bezighield.
De eerste stap in het onderzoek
was het bepalen van de korte-termijn sterkte van do pilaren. Gewapend met
mijnkaarten, met daarop nauwkeurig de afmetingen van de groeven en de pilaargrootte,
begon hij zijn onderzoek met een visuele inspectie van de pilaren.
|
Sterke pilaarvorming binnen
het instortingsgebied van 1845 in de Gemeentegrot
bij Valkenburg
|
| Schaaleffecten
Op het gesteentelaboratorium van de subfaculteit Technische Aardwetenschappen van de TU DELFT werden de eigenschappen van de kalksteen voor elke groeve apart bepaald. Met een drukbank bepaalde hij de uni-axiale druksterkte van cilindrische kernen met een diameter van vijf centimeter en 12 cm hoogte. Vervolgens werden de drukproeven uitgevoerd op modelpilaren van verschillende vorm en grootte, cm vorm- en schaaleffecten te verdisconteren. De druk op een pilaar hangt af van de dikte en de dichtheid van de boven de mijn gelegen gesteente on bodemlagen. Die wordt bepaald met de zogenaamde tributary-area-methode. Bekendam nam geen schaaleffect waar, maar er was wel een duidelijk invloed van de vorm op de sterkte. Nu kan hij voor de korte-termijn voor iedere pilaar afzonderlijk de veiligheidsfactor bepalen on ook voor een gangenstelsel als geheel. Vervolgens paste hij deze veiligheidsfactor aan voor de lange termijn. Bekendam corrigeerde de uitkomsten van de berekeningen met behulp van een statistisch onderzoek, dat was gebaseerd op een vergelijking van de berekeningsresultaten met de waargenomen graad van schade aan de pilaren in de groeven. |
| Aanbevelingen
De laatste stap in het onderzoek
was een analyse van alle gegevens die daarna werden samengebracht tot een
model dat een schatting maakt van de stabiliteit van een gangenstelsel.
De aanbeveling is dan: ga door met de jaarlijkse visuele inspectie. De tweede mogelijke uitkomst kan zijn dat de totale berekende veiligheidsfactor kleiner is dan de veilige waarde. Dan heb je een probleem. Daaraan gekoppeld zul je kunnen waarnemen dat er serieuze schade aan pilaren is. In dat geval hebben we te maken met een voor de toekomst potentieel gevaarlijke situatie. In dat geval luidt het advies: installeer een meetsysteem in het gangenstelsel.', aldus de geoloog. |
| Bekendam gaat binnenkort zelf een meetsysteem aanleggen in het gangenstelsel van de jezuitenberg. Met behulp van boorgat extensometers gaat hij de vervorming van de pilaren in de loop van de jaren nauwkeurig registreren. Hij verwacht met deze methode een nauwkeurigheid van eenhonderdste millimeter te bereiken. De meetgegevens zullen continu worden opgenomen met een frequentie van een dag. Wanneer de resultaten wijzen op een mogelijk naderende instorting, kunnen tenminste tijdig de noodzakelijke verstevigingen worden aangebracht. |
De instortingskrater die in1988 boven de Geulhemmergroeve ontstond als gevolg van een leegstromende orgelpijp. De krater had een diameter van 6 meter an was 5 meter diep. |
Casino
Als derde mogelijke uitkomst noemt de geoloog een totale veiligheidsfactor dicht bij de een. Als dan ook nog wordt waargenomen dat de scheurvorming in de pilaren snel toeneemt (binnen weken of maanden), is er geen tijd meer om het gangenstelsel te versterken met betonnen verstevigingen rond de pilaren. In dat geval adviseert hij om mensen direct de toegang tot de groeve te ontzeggen, Bekendam:'De bovengrond kan wel tegen verzakkingen worden beschermd door de gangen tussen de pilaren geheel op te vullen. Dat is bijvoorbeeld gedaan bij het Casino van Valkenburg. Daar werden vanaf het oppervlak gaten naar het gangenstelsel geboord, waar een zand-water-cementmengsel doorheen werd gestort. Daar was het te gevaarlijk om de gangen vanaf de zij-ingang te benaderen. Het heeft wel de nodige miljoenen gekost. In een ander geval is ook wel eens schuimbeton gebruikt. Dat werd via leidingen naar binnengepompt. Er moeten overigens wel schotten worden aangebracht om te voorkomen dat je niet de hele mijn hoeft vol te gieten.' |
In het proefschrift van
Roland Bekendam, "Pillar stability and large-scale collapse of abandonded
room and pillar limestone mines in south-Limburg, the Netherlands", wordt
uitvoerig ingegaan op de stabiliteitsproblematiek van de Limburgse mergelgroeven.
Op
de internetsite "De
Limburgse mergelgroeven"
zijn twee fragmenten overgenomen uit het proefschrift van Roland Bekendam:
-
General description of the mines and their geology;
-
Accounts
of large scale collapses.
|
Email : estevenh@xs4all.nl Internet : http://web.inter.nl.net/hcc/Ed.Stevenhagen http://www.xs4all.nl/~estevenh/geonet |
De Internetsite "De Limburgse mergelgroeven" is een initiatief van Ed Stevenhagen (Stevenhagen Geo Informatica) om de Limburgse mergelgroeven meer bekendheid te geven en initiatieven tot bescherming van de groeven en onderzoek naar de groeven te stimuleren. |