Pilaren, kruip en instortingen in kalksteengroeven
Onderstaand artikel is in aangepaste wijze overgenomen uit Delft Integraal 98.4, een uitgave van de Technische Universiteit Delft, met toestemming van de auteurPhilip Broos (19 jan 1999). Aanleiding van het artikel was het onderzoek van Roland Bekendam (Actueel - Geocontrol, Meidoorn 93, 6226WG Maastricht) naar de stabiliteit en naar instortingen van de Limburgse ondergrondse kalksteengroeven.  Internetbewerking voor "De Limburgse mergelgroeven": Ed Stevenhagen.
Heidegroeve Gangenstelsel in de Heidegroeve, een kalksteengroeve bij Valkenburg. Het gebied op deze foto is in 1988 ingestort. De twee mijnniveaus zijn gescheiden door een relatief hardere kalksteenlaag. De totale pilaarhoogte is 4,6 meter.
Inleiding

Parijs is een stad op een ondergrondse gatenkaas. Over de Franse hoofdstad zijn spannende verhalen in omloop vanwege het zeer uitgebreide en meer dan manshoge rioolstelsel en de duistere zaken die zich daar decennia lang zouden hebben afgespeeld. Een laag dieper, op zo'n twintig meter onder het maaiveld, ligt de beroemde Metro, die ook at bijna honderdjaar geleden werd aangelegd. Samen met alle vertakkingen goed voor 201 Kilometer tunnel. Minder uitgebreid in de literatuur beschreven is een ander gatenstelsel in die zelfde Parijse kaas: de kalksteengroeven.

Af en toe begeven de pilaren in zo'n groeve het. In enkele seconden kan dan de ondergrond met een oppervlak van enkele hectaren naar beneden zakken. Dergelijke situaties hebben in Frankrijk in het nabije verleden geleid tot instorting van gebouwen, met als gevolg tientallen doden en gewonden. In Nederland komt dit soort groeven ook voor, met dezelfde stabiliteits problemen. Het instorten van een deel van de Limburgse Heidegroeve in 1987 was de directe aanleiding tot het Delftse promotie-onderzoek van Roland Bekendam. Hij bracht aantal belangrijke relaties tussen kruip- en bezwijkgedrag in kaart en ontwikkelde een criterium voor het bepalen van een totale veiligheidsfactor.


 
Jezuietenberg
Plattegronden van de instortingsgebieden uit 1705, 1920 en 1926. Het intacte deel van de Fallenberg is beter bekend als Jezuietenberg.

Te beginnen met een bezoek aan de Jezuïetenberg

Op een paar kilometer landelijk gebied van Maastricht, bijna onopvallend en overgroeid, bevindt zich in de oostkant van de Kannerberg de smalle ingang naar de Fallenberggroeve.

Het is zeven uur op een mooie zomerse vrijdagavond. Op een verlaten, door bomen omgeven parkeerplaats, nog geen honderd meter verder, zit een drugsdealer in z'n auto te wachten op klanten. Het hek dat toegang verschaft tot de Fallenberggroeve wordt ontgrendeld en een geavanceerde alarminstallatie wordt uitgezet. De klamme warmte buiten maakt plaats voor een aangename koelte. 

De wanden van de drie meter brede gangen zijn regelmatig voorzien van namen en jaartallen, die varieren van eeuwen geleden tot heden. Op het zes meter hoge plafond zijn vele zwarte rondjes te zien van het roet van de olielampjes en kaarsen die de blokbrekers gebruikten. De exploitatie van deze groeve voor bouwstenen dateert vermoedelijk van de zestiende eeuw, of eerder, en is halverwege de negentiende eeuw gestopt.
 
 

 


 
Alhambra

Na een paar minuten lopen doemt een groot rooster in de wand op. Het geluid van elektromotoren bevestigt dat dit het inlaatrooster is van de ventilatie voor het vroegere NAVO-Commandocentrum de Boschberg, in het belendende gangenstelsel, dat nu vol blijkt te zitten met asbest. Nog geen dertig meter verder is de ietwat verroeste stalen deur zichtbaar die toegang geeft tot een nationaal monument: de Jezuïetenberg. Op de wanden hebben theologanten van de Jezuïeten-orde in de periode van 1880 tot 1960 met houtskool honderden tekeningen van uiteenlopende genres aangebracht. Zulke fraaie kunstwerken (want er zijn ook reliëfwerken en er is een soort mini-Alhambra gecreëerd) zo diep in een berg, dat is bijna adembenemend en sinister tegelijkertijd. Ook de stilte en het geluidsabsorberende effect van de verpulverde kalksteen op de vloer van de gangen draagt bij aan de sfeer. Promovendus drs. Roland Bekendam is echter wel gewend aan de stilte. Na twee jaar studie scheikundige technologie in Groningen en een afgeronde studie geologie in Utrecht, heeft hij onder meer zes maanden op Antarctica onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van breukzones in de aardkorst.

 

Alhambra

 

Gekantelde pilaarschol in het instortingsgebied van de Fallenberg
Tijdens de wandeling door dit artistieke doolhof van gangen wijst Bekendam op verschillende geologische problemen, zoals scheuren in de pilaren, afkalving en verzakkingen. De plafondhoogte in de jezuïetenberg is maar drie meter. Dan plotseling staan we oog in oog met een ingestorte gang. Het is een indrukwekkend gezicht. Het is geen recente mechanische ontwikkeling, gelukkig. Een eind verder is enkelejaren geleden wen deel van het dak ingestort. Bij het beklimmen van de brokstukken maant de wetenschapper vooral niet per ongelijk met het hoofd tegen het dak te stoten, want het is een instabiele situatie. Er is niet veel veel nodig om een stuk van een paar honderd kilo naar beneden te laten komen. Grote stukken aan de zijkant van het plafond zitten vol scheuren. De aanblik ervan in combinatie met de recent opgedane kennis geeft een enigszins beklemmend gevoel in de borstkas dat pas verdwijnt wanneer de veilige gangen weer zijn betreden.

 
Groeven
Waren grotten vroeger in zowel Nederlands als Belgisch Limburg aan economische belang voor de winning van mergel, nu zijn ze voornamelijk van economisch belang voor het toerisme. Er is er maar een waar op dit moment nog mergel wordt gewonnen voor bouwsteen. In totaal zijn er 180 gangenstelsels bekend, waarvan het merendeel prive-eigendom is. Ze variëren van enkele vierkante meters oppervlakte tot 85 hectaren. De kleine grotjes fungeren vaak als een soort schuur bij het huis. Vanaf begin negentiende eeuw tot de jaren zestig van deze eeuw werden de grotten gebruikt voor het kweken van champignons; er is nog maar een kwekerij over die zich bevindt in de Sint Pietersberg. Behalve voor het toerisme hebben sommige grotten inmiddels een bestemming als party-ruimten; enkele zijn ingericht als atoomschuilkelder. Met een oppervlak van 250 hectaren was het gangenstelsel in de Sint Pietersberg het grootst, maar deze berg is inmiddels voor tachtig procent verdwenen door de afgraving t.b.v. de cementproductie door de ENCI.
'De benaming mergelgrotten klopt eigenlijk niet',

 legt Bekendam uit in zijn kantoor bij het Staatstoezicht op de Mijnen in Heerlen. De afgelopen vijf jaar is hij als onderzoeker gedetacheerd geweest bij deze dienst van het ministerie van Economische Zaken.'Mergel is officieel een mengsel van klei en kalk terwijl wat in Nederland mergel wordt genoemd, in feite zuiver kalksteen is. In het Frans wordt het tuffeau genoemd, hier zeggen mensen ook wel tufkrijt of tufsteen, hoewel tufsteen officieel verharde vulkanisch as is en dat is de kalksteen in Limburg niet. Dat is ontstaan uit de neerslag uit een voormalige binnenzee. Het gesteente bestaat uit minuscule fossielfragmenten. Door een slecht ontwikkelde cementatie is de verbinding tussen de korreltjes nogal zwak.
Overigens gaat het hier om niet-natuurlijk ontstane grotten, daarom moet je officieel spreken van kalksteenmijnen. Mergelgrot klinkt aangenamer en misschien wel spannender dan kalksteenmijnen. Overigens heten ze wetstechnisch gezien kalksteengroeven. De Mijnwet onderscheidt kalksteengroeven en mijnen. Groeven in de ondergrond komen toe aan de eigenaar van de bovengrond. Bij mijnen, zoals steenkoolmijnen, is dat niet het geval. Alle technische en veiligheidsaspecten van de mergelgrotten vallen dan ook onder het groevenregelement, een onderdeel van de mijnwet.'


 
Nieuwbouw ik de huidige metropool Parijs rust deels op honderden kalksteenmijnen. Een oorzakelijk verband voor dat feit is duidelijk.. de blokken kalksteen voor de bouw van huizen in het toen nog kleine stadje Parijs werden uit de ondergrond net buiten het plaatsje gehaald. Met zagen werd de kalksteen tot handelbare blokken verwerkt. In die tijd beperkte het aantal pk's zich tot het maximum aantal paarden voor de wagen en dus probeerden men de tufsteen zo dicht mogelijk bij de bouw re winnen. De stad begon uit te dijen en het kon niet anders of de nieuwbouwwijken moesten bovenop de kalksteengroeven worden gebouwd. Voor de nieuwbouw ontstond een nieuwe cirkel van kalksteengroeven om de stad, een proces dat zich lang bleef herhalen.

De huidige prijs van een kubieke meter verzaagd kalksteen is ongeveer 1500 gulden. Vanwege de hoge prijs worden er vrijwel geen huizen meer van gebouwd. Er wordt allen nog maar mergel gewonnen voor de restauratie van monumenten.

Roosburggroeve
Roofbouw op een pilaar in de Roosburggroeve

 
In 1960 stortte in Frankrijk een kalksteenmijn in, waarbij twintig gebouwen werden verwoest. Er vielen 21 doden en er waren 36 gewonden. Tien procent van de grote Franse steden ligt bovenop zulke mijnen. Er zijn regelmatig kleine ongelukjes.
Ook in Nederland zijn er vele kleine ongelukjes geweest. Bekendam vermoedt dat de meeste ongelukken gebeurden bij het blokbreken. In 1987 is er nog een dode en een zwaargewonde gevallen in de Pieterberg toen twee blokbrekers bezig waren aan een verbindingstunnel tussen twee gangenstelsels en een stuk van het dak naar beneden kwam.

 
Roosburg

Onderzoeker Roland Bekendam aan het eind van de 25 meter lange tunnel die in 1958 is uitgegraven in een wanhopige poging om een groep champignonkwekers te redden. Bij de instorting van de Roosburggroeve kwamen 18 mensen om het leven.
 

De instabiliteit van groeven ten gevolge van mergelwinning
'Het grootste ongeluk in de regio Limburg, was net over de grens in België, vlak bij Zichen. Op kerstavond 1958 stortte toen een deel van het gangenstelsel van de Roosburggroeve in. Dat deel was in gebruik als champignonkwekerij. Er kwamen achttien mensen bij om het leven. Van de meesten konden de lichamen nooit worden geborgen', aldus Bekendam.
De laatste grootschalige instorting deed zich voor in de Heidegroeve bij Valkenburg in 1987. Staatstoezicht op de Mijnen had een jaar voor de instorting een plotselinge verslechtering in de grot geconstateerd. De groeve was in gebruik bij een champignonkweker. Staatstoezicht op de Mijnen had al gemerkt dat er aanzienlijk meer scheuren in het de pilaren waren gekomen en de kweker opdracht gegeven de grot te verlaten. Bekendam:'Een seismograaf in de Geulhemmergroeve, drie kilometer verderop, registreerde dat de instorting van het hele gebied nog geen tien seconden duurde. In de bovengrond ontstond een verzakkingskom, die aan de rand werd begrensd door breuken met een verticaal verzet tot zo'n tachtig centimeter.'

 
Drukgolf

Al jaren studeerden Delftse studenten af op onderzoek aan de kalksteengroeven in Limburg, maar de instorting van de Heidegroeve was de directe aanleiding voor het promotie-onderzoek van Bekendam. Zijn promotor, prof David Price, kreeg met de kalksteengroeven te maken toen hij door een verzekeringsmaatschappij werd gevraagd als expert op te treden bij een vermeende fout bij de constructie van een atoomschuilkelder.
Bekendam:'De vraag of de grotten stabiel zijn, heeft hoofdzakelijk re maken met de consequenties van het gevaar van instorten. Allereerst bevinden zich de mensen die in een instortingsgebied zijn natuurlijk in levensgevaar. Het instantane bezwijken van de pilaren veroorzaakt een plotselinge drukgolf die ook dodelijke slachtoffers kan maken in andere delen van de mijn en zelfs er buiten, dicht bij de ingang. Een grootschalige instorting veroorzaakt ook verzakkingen aan het oppervlak met breuken en instortingskraters die een bedreiging kunnen vormen voor huizen en andere bouwwerken.'


 
Kruip

In 1989 begon Bekendam aan zijn onderzoek. Eerst werkte hij in Delft, maar in 1993 in Heerlen waar hij zich ook met andere bodemdalingsprojecten bezighield.
Bekendam: 'Een van de doelen van mijn onderzoek was de stabiliteit van de kalksteengroeven in kaart brengen te brengen wat betreft het fenomeen kruip. Iedere pilaar wordt enigszins verkort door de druk van de bovenliggende lagen. Het verschijnsel kruip houdt in dat een pilaar op termijn bezwijkt en een deel van zijn draagkracht verliest onder een constante druk. Hoe dichter deze druk bij de korte termijnsterkte ligt, des te sneller dit gebeurt. Bij voldoende lage druk zal de snelheid van kruipvervorming afnemen en zal de pilaar altijd intact blijven. De blokbrekers hebben indertijd zoveel mogelijk kalksteen weggehaald en daarmee de pilaren zo klein mogelijk gemaakt. Voor de korte termijn waren de pilaren sterk genoeg, maar door kruipgedrag kunnen ze na tientallen of honderden jaren toch gaan bezwijken.'

De eerste stap in het onderzoek was het bepalen van de korte-termijn sterkte van do pilaren. Gewapend met mijnkaarten, met daarop nauwkeurig de afmetingen van de groeven en de pilaargrootte, begon hij zijn onderzoek met een visuele inspectie van de pilaren.
'Voor iedere pilaar moest ik de sterkte uitrekenen. De stabilitcit van een pilaar wordt doorgaans uitgedrukt door een veiligheidsfactor. Deze factor is het coefficient van de sterkte van de pilaar, dat wil zeggen de maximale druk die het kan weerstaan zonder te barsten, gedeeld door de druk op de pilaar', legt de wetenschapper uit.

Gemeentegrot

Sterke pilaarvorming binnen het instortingsgebied van 1845 in de Gemeentegrot bij Valkenburg
 


 
Schaaleffecten

Op het gesteentelaboratorium van de subfaculteit Technische Aardwetenschappen van de TU DELFT werden de eigenschappen van de kalksteen voor elke groeve apart bepaald. Met een drukbank bepaalde hij de uni-axiale druksterkte van cilindrische kernen met een diameter van vijf centimeter en 12 cm hoogte. Vervolgens werden de drukproeven uitgevoerd op modelpilaren van verschillende vorm en grootte, cm vorm- en schaaleffecten te verdisconteren. De druk op een pilaar hangt af van de dikte en de dichtheid van de boven de mijn gelegen gesteente on bodemlagen. Die wordt bepaald met de zogenaamde tributary-area-methode. Bekendam nam geen schaaleffect waar, maar er was wel een duidelijk invloed van de vorm op de sterkte. Nu kan hij voor de korte-termijn voor iedere pilaar afzonderlijk de veiligheidsfactor bepalen on ook voor een gangenstelsel als geheel. Vervolgens paste hij deze veiligheidsfactor aan voor de lange termijn. Bekendam corrigeerde de uitkomsten van de berekeningen met behulp van een statistisch onderzoek, dat was gebaseerd op een vergelijking van de berekeningsresultaten met de waargenomen graad van schade aan de pilaren in de groeven.


 
Aanbevelingen

De laatste stap in het onderzoek was een analyse van alle gegevens die daarna werden samengebracht tot een model dat een schatting maakt van de stabiliteit van een gangenstelsel.
Bekendam: 'De totale veiligheid van een gangenstelsel wordt uitgedrukt in een enkele veiligheidsfactor. Deze totale veiligheidsfactor is het coefficient van het draagvermogen van alle pilaren bij elkaar, gedeeld door de totale last die daadwerkelijk op die pilaren rust. Als de veiligheidsfactor 1 is, is er een kritieke situatie. Hoe hoger die factor boven de 1 zit, hoe beter de veiligheidssituatie. In de praktijk zul je als veilige waarde voor de veiligheidsfactor een waarde hanteren die ruim boven de 1 ligt. Vaak wordt een waarde van anderhalf gehanteerd'.
'Naast het berekenen is visuele inspectie van de pilaren op barstvorming noodzakelijk. De eerste uitkomst kan zijn dat de veiligheidsfactor groter is dan de veilige waarde en dat je geen serieuze pilaarschade waarneemt.

De aanbeveling is dan: ga door met de jaarlijkse visuele inspectie. De tweede mogelijke uitkomst kan zijn dat de totale berekende veiligheidsfactor kleiner is dan de veilige waarde. Dan heb je een probleem. Daaraan gekoppeld zul je kunnen waarnemen dat er serieuze schade aan pilaren is. In dat geval hebben we te maken met een voor de toekomst potentieel gevaarlijke situatie. In dat geval luidt het advies: installeer een meetsysteem in het gangenstelsel.', aldus de geoloog.


 
Bekendam gaat binnenkort zelf een meetsysteem aanleggen in het gangenstelsel van de jezuitenberg. Met behulp van boorgat extensometers gaat hij de vervorming van de pilaren in de loop van de jaren nauwkeurig registreren. Hij verwacht met deze methode een nauwkeurigheid van eenhonderdste millimeter te bereiken. De meetgegevens zullen continu worden opgenomen met een frequentie van een dag. Wanneer de resultaten wijzen op een mogelijk naderende instorting, kunnen tenminste tijdig de noodzakelijke verstevigingen worden aangebracht.

 
Geulhemmergroeve

De instortingskrater die in1988 boven de Geulhemmergroeve ontstond als gevolg van een leegstromende orgelpijp. De krater had een diameter van 6 meter an was 5 meter diep.

Casino

Als derde mogelijke uitkomst noemt de geoloog een totale veiligheidsfactor dicht bij de een. Als dan ook nog wordt waargenomen dat de scheurvorming in de pilaren snel toeneemt (binnen weken of maanden), is er geen tijd meer om het gangenstelsel te versterken met betonnen verstevigingen rond de pilaren. In dat geval adviseert hij om mensen direct de toegang tot de groeve te ontzeggen,

Bekendam:'De bovengrond kan wel tegen verzakkingen worden beschermd door de gangen tussen de pilaren geheel op te vullen. Dat is bijvoorbeeld gedaan bij het Casino van Valkenburg. Daar werden vanaf het oppervlak gaten naar het gangenstelsel geboord, waar een zand-water-cementmengsel doorheen werd gestort. Daar was het te gevaarlijk om de gangen vanaf de zij-ingang te benaderen. Het heeft wel de nodige miljoenen gekost. In een ander geval is ook wel eens schuimbeton gebruikt. Dat werd via leidingen naar binnengepompt. Er moeten overigens wel schotten worden aangebracht om te voorkomen dat je niet de hele mijn hoeft vol te gieten.'

In het proefschrift van Roland Bekendam, "Pillar stability and large-scale collapse of abandonded room and pillar limestone mines in south-Limburg, the Netherlands", wordt uitvoerig ingegaan op de stabiliteitsproblematiek van de Limburgse mergelgroeven.
Op de internetsite  "De Limburgse mergelgroeven"  zijn twee fragmenten overgenomen uit het proefschrift van Roland Bekendam:
- General description of the mines and their geology;
- Accounts of large scale collapses.



 
Ed Stevenhagen, Velddreef 293, 2727CH Zoetermeer, tel 079-3416885

Email     : estevenh@xs4all.nl
Internet  : http://web.inter.nl.net/hcc/Ed.Stevenhagen
            http://www.xs4all.nl/~estevenh/geonet
De Internetsite "De Limburgse mergelgroeven" is een initiatief van Ed Stevenhagen (Stevenhagen Geo Informatica) om de Limburgse mergelgroeven meer bekendheid te geven en initiatieven tot bescherming van de groeven en onderzoek naar de groeven te stimuleren.